Leven na de dood

 

Hoe het er in het ontijdelijke zal toegaan is voor ons een groot geheim. Ieder heeft daar vaak een eigen denkbeeld bij. Uit de Bijbel krijgen we slechts minimale informatie daarover. Maar er staan toch teksten genoeg in de TeNaCH en in het nieuwe Testament die ons op weg kunnen helpen. Een paar voorbeelden geef ik in deze overdenking weer. Daarbij laat ik de gedachten van de apostel Paulus even buiten beschouwing. Paulus weidt daar ook veel woorden aan. Maar om het niet een te lang stuk te laten worden, leek mij dat beter.
 
In Johannes 11 Zegt Jezus er het volgende over:
11  Nadat Hij dat had gezegd, zei hij: ‘Lazarus onze vriend slaapt, maar ik ga erheen om hem wakker te maken.’ 12  De discipelen zeiden: ‘Heer, als hij slaapt zal hij beter worden.’ 13  Ze dachten namelijk dat Hij het over de gewone slaap had, maar Jezus bedoelde dat hij was gestorven. 14  Toen zei Jezus ronduit tegen ze: ‘Lazarus is gestorven,
Je kunt een hele theologie over de ziele slaap ophangen aan deze tekst. Ik heb daar niet zoveel mee, want Jezus leert ons dat wie in Hem geloofd eeuwig leven heeft. Ik vat dat altijd als volgt op: “Het geestelijk leven van een wedergeboren, met de Geest van God gedoopte, Christen is in het tijdelijke lichaam al eeuwig geworden.” 
Een andere uitspraak van Jezus die mij daarom zeer aanspreekt is uit Marcus 12:
25 Want wanneer zij uit de doden opstaan, huwen zij niet, en worden zij niet ten huwelijk genomen, maar zij zijn als engelen in de hemelen.
Hier maak ik uit op dat we na onze dood een lichaam ontvangen dat gelijk is aan het opstandingslichaam van Jezus. Dat moet ook wel want ons stoffelijke lichaam is vergankelijk. God sprak dat al tegen Adam toen Hij zei: “Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.” De eerste mens en zijn nakomelingen (dus ook wij) kozen voor een leven waarin God niet betrokken werd en ja dan raak je van God los en word je sterfelijk.

Echter door het geloof in de woorden en het offer van Jezus wordt de mens weer een eeuwig, door God gekend wezen, zoals dat duidelijk wordt in de 2 volgende verzen van Marcus 12.

26 Wat nu de doden betreft, (hoe zit het met) dat zij opgewekt worden. Hebt gij niet gelezen in het boek van Mozes, bij de braamstruik, hoe God tot hem sprak, zeggende: Ik ben de God van Abraham en de God van Isaak en de God van Jakob? 27 Hij is niet een God van doden, maar van levenden. Gij dwaalt wel zeer.

Bij deze tekst kun je volgens mij geen aanwijzing vinden voor het idee van de ziele slaap. Daarom denk ik dat je bij een uitleg over Joh. 11:11-14 in overeenstemming moet blijven met de andere uitspraken van Jezus.

Vele Joodse schriftgeleerden verklaren dat de ziel van een mens een vonk is uit de eeuwigheid. God blies de levensadem, (de ziel) in Adam en omdat deze levensadem van God is, gaat de ziel ook weer naar God terug op het moment dat het stoffelijk lichaam tot stof wederkeert. Een gedachte die mij zeer aanspreekt.

Heel bijzonder in het Christendom, is het geloof dat de ziel zich ontwikkeld in zijn eigen unieke stoffelijke lichaam. De mens ontwikkeld dáár zijn eigen uniciteit, zijn eigenheid. Juist voor deze uniekheid heeft God grote belangstelling. (Jac. 4:5) Hij begeert onze geest met jaloersheid.

Jezus legt uit in Marcus 12:26 en 27 dat God ieder mens bij name kent. Ook de ziel van Lazarus. Nu moet je daarbij bedenken dat bij God geen tijd en geen ruimte bestaat. Ondanks dat Jezus ons Hem doet kennen als liefhebbende Vader, is en blijft Hij de totaal andere! In vers 26 kun je, tussen de regels door lezen dat Jezus de Thora voor 100% beschouwd als het Woord Gods. Jezus legt daar de Thora uitermate letterlijk uit.

Daardoor kom ik tot het standpunt dat de mens bij zijn dood niet oplost in God! (zoals in het Boeddhisme. De teksten maken duidelijk dat ieder mens gekend is door God. Ieder mens is zeer waardevol voor God!

Volgens mij valt daarom ieder mens van goede wil in principe onder de genade van God. (Daarbij is het voor of na Jezus leven niet van belang.) Bij zijn dood ontvangt de mens, ja volgens mij ieder mens, een verheerlijkt eeuwig lichaam. Hij/zij wordt als de engelen, zei Jezus immers. Als je echter altijd zonder Jezus geleefd hebt dan is jouw kennis van het eeuwige minimaal. Maar als je wedergeboren en met de Geest gedoopt bent, dan kan God jou een verantwoordelijke taak in de hemelen geven.

De taak van de ziel van een ongelovige of van een niet- christen of van een Boeddhist zal een andere zijn dan de ziel van een gelovige.

Hoe dan met Atheïsten?
Atheïsten en agnosten (Ongelovigen en niet-weters)kiezen ervoor om alleen te leven in het heden. Voor de  meesten van hen is er niets na de dood.

Volgens de theoloog Hans Kung en ook volgens de Joodse denker Franz Rozenzweig, zijn geen redenen en argumenten om Atheïsten van het tegendeel te overtuigen. Andersom is het volgens deze theologen ook niet mogelijk om steekhoudende argumenten en redenen aan te voeren voor gelovigen, ten einde dezen te laten ophouden met hun geloof in het leven na de dood.

Juist omdat er geen redenen of feiten zijn voor of tegen leven na de dood, blijkt dat we zelf een keuze moeten maken! Ja, dát is nu juist de bedoeling van God:

Een mens die uit vrije wil kiest voor geloof in eeuwig leven of niet.

Toch bezit een atheïst en een agnost net als een aanhanger van een wereldgodsdienst een ziel. Als deze ziel na de dood tot de ontdekking komt dat er toch leven na de dood is, dan is de liefde van God groot genoeg om deze mens, als hij dat wil, alsnog op te voeden tot geestelijk en eeuwig mens.

Volgens Jezus is de hel er alleen voor de duivel en zijn trawanten. We kunnen dat lezen in Mattheus 25:41b "…naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is…" 


(Reacties naar p-groes@ziggo.nl)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Godszegen

P.L. de Groes