Sterven aan je eigen ik

Preekschets voor V.E.G. “OPSTAP”
d.d. 6 0kt. 2019

1e Lezing: Filippenzen 1:19-21
19 Want ik weet dat dit mij tot zaligheid strekken zal, door uw gebed en de ondersteuning van de Geest van Jezus Christus, 20 overeenkomstig mijn reikhalzend verlangen en hoop dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal worden, maar dat in alle vrijmoedigheid, zoals altijd, Christus ook nu grootgemaakt zal worden in mijn lichaam, of het nu door het leven is of door de dood. 21Want het leven is voor mij Christus en het sterven is voor mij winst.

2e Lezing: Gal 2:20
19 Want ik ben door de wet der wet gestorven, opdat ik Gode leven zou. 20 Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zich zelven voor mij overgegeven heeft.

Inleiding
Vorige week had Ann het in haar zangdienst over het bijzondere van een zaadje. Ja zelfs het kleinste zaadje is een wonder. In elk zaadje zitten de unieke eigenschappen die God er in gebracht heeft. Zij had zelfs gehoord dat zaadjes van dezelfde soort toch onderling verschillen. Met haar kunnen we allemaal beamen dat de natuur de grootheid van God verkondigd.

Hierdoor werd mijn belangstelling voor de geestelijke betekenis van zaad opgeroepen. Het zaadje mag je vergelijken met een mens. In ieder mens heeft God unieke eigenschappen gelegd. (DNA?) Het zaadje, de mens dus, kan soms best tevreden zijn met zijn toestand. Stel je maar eens voor dat je een hazelnootje bent. Je hebt in het begin een prachtig groen gewaad aan en je hebt een prachtig uitzicht vanuit de boom die je voortbracht. Maar door storm en wind werd je uit de boom geslingerd. Je gewaden verteren en verrotten en er blijft een keihard harnas over. Ook hier kun je best mee tevreden zijn vooral als prachtig groot en glanzend bruin bent. Je ligt op de parkeerplaats en je hoopt te worden opgeraapt om te worden gezien en gewaardeerd. En ja hoor je wordt samengevoegd met anderen en in het zicht gelegd van liefhebbers van een hazelnoot. Je wordt gekocht en meegenomen en op een avond wordt je uitgekozen om te worden opgegeten. Je komt in de notenkraker en vervolgens verdwijn je in een grote mond om vermalen te worden. Er blijft niets van je over.

Er kan ook iets heel anders met een hazelnootje gebeuren. Het valt in de modder en het mooie gewaad verrot en verteert. Het gewaad zat om een keihard harnas wat door het verrotte gewaad en de natte modder zacht wordt. In het harnas zit het zaadje dat nu vochtig wordt. Daardoor kan het eindelijk weer eten. Er ontstaat een klein groen steeltje dat kan eten van de voedingsstoffen in de omhulsels. Als deze opgebruikt zijn dan moeten het nieuwe steeltje en de ontluikende blaadjes het zelf doen. Dit betekend wel dat de omhulsels en geheel verteert worden. Het hazelnootje moest bereid zijn om haar eigen bestaan op te geven. Er is immers geen toekomst voor een zaadje (nootje) op zichzelf. Dan droogt het uit en/of wordt opgegeten. Maar als zij al haar kracht inzet kortom haat voedingswaarde inzet voor het nieuwe wat vanuit haar groeit dan zal zij worden wedergeboren tot een boom. In vergelijk met het zaadje leeft de boom eeuwig.

Kern 1:
Zo dat was een heel verhaal over een hazelnootje. Hoe kom ik daarop zult u zich afvragen. Wel zoals ik al zei door de opmerkingen van Ann in haar zangdienst.

Maar goed ik was ook op zoek naar een nieuwe overdenking voor deze dag. En op mijn zoektocht kwam ik een gereformeerde broeder tegen op het internet. Hij haalde een uitspraak van de apostel Paulus aan uit de Filippenzenbrief hfst. 1 vers  21 Want het leven is voor mij Christus en het sterven is voor mij winst.

De apostel Paulus maakt volgens het boek der handelingen der apostelen heel veel mee. Er zijn veel mensen die hem het zwijgen op willen leggen. Zijn verkonding van een uit de dood opgestane Jezus vond bij velen geen bijval. Nee ze wilden hem doden. Paulus is duidelijk over zijn houding ten opzichte van de dood. Hij spreekt hier immers over zijn lichamelijke dood. Enerzijds wil hij blijven leven omwille van de gemeente, anderzijds wil hij graag bij zijn God zijn. Hij weet dat dat veruit het beste is.

De 2e tekst die ik vandaag gebruik is ook van de Apostel Paulus. Het is een tekst uit de brief aan de Galaten 2:20 Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij. Hier spreekt Paulus niet over zijn lichamelijke dood maar over zijn geestelijke dood. Hij heeft begrepen dat je als Christen en navolger van Jezus bereid moet zijn om je leven op te geven. Jezus gaf eigen leven op omwille van ons. Hij deed dat vanaf het begin van Zijn openbare leven. Dit was toen Hij gedoopt werd door Johannes de Doper. Toen werd er een stem gehoord die sprak: “Deze is mijn Zoon in Hem heb ik mijn welbehagen.” Dat is wat Paulus later ook zou beleven tijdens en na zijn bekering en doop. Dat is de ervaring van ieder wederom geboren christen. Met Paulus mogen we zeggen: Niet meer ik leef enz. Christus leeft in mij.

Kern 2:
In het Jodendom was veel geloof in God. Men probeerde oprecht de woorden van God na te leven. Maar zoals wij wel weten uit de TeNaCH lukte het de Joden maar niet om als  een rechtvaardig volk te leven. Iedere keer weer vervallen ze in de zelfde levenswijze als de niet Joden, de heidenen. Een ding weten ze echter wel en dat is dat God bestaat.

Ze komen in grote moeilijkheden door hun criminele gedragingen maar steeds weer roepen ze in hun benauwdheid tot God. Ze weten ten diepste dat God hun gemaakt heeft naar zijn beeld en gelijkenis. Er is een goddelijk zaad in ieder mens. Als de mens crimineel handelt dat doet hij dat vooral uit genotzucht en eigen belang. Hij weet dat het niet juist is en dat zijn gedrag niet bij zijn menszijn hoort maar hij kan niet tegen de verleidingen van boze op.

De apostel Paulus haalt dat duidelijk aan in zijn brief aan de Romeinen in hoofdstuk 7:24 Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van het lichaam dezes doods?
De apostel moest net als de schriftgeleerde Nicodemus leren dat wij zonder volledige overgave niet tot overwinning op de zonde zouden kunnen komen. Jezus sprak tot Nicodemus in Joh. 3:5  “Tenzij gij opnieuw geboren wordt kunt gij het koninkrijk van God binnengaan.” De apostel Paulus kreeg dit in één keer ook goed door en daarom schrijft hij in Galaten 2:20 “Niet meer ik leef maar Christus leeft in mij.”

Hij moest geheel stoppen met het vertrouwen op eigen  kracht en eigen inzichten. Heel zijn denken moest vervult worden van het denken van Christus. Dit geldt voor ieder mens, voor jou en mij, ieder mens moet tot erkentenis der waarheid komen en dat is dat er geen gerechtigheid voor God te behalen is voor de oude op zichzelf vertrouwende mens. De mens moet net als het hazelnootje bereid zijn te sterven aan zichzelf. Het verblijf in het sterfelijke lichaam is nuttig omdat de mens door scha en schande wijs kan worden. De verdrukking in het lichaam en in de Geest bewerkt, alleen als wij Christus navolgen iets uit. Wie op zichzelf blijft vertrouwen, op zijn eigen goede daden, zijn eigen inzichten die zal het eeuwige leven missen.
Jezus sprak immers: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan” (Johannes 3:5).
Voor hen die het evangelie niet hebben kunnen begrijpen of voor hen die het nooit goed hebben gehoord, blijft er volgens mij een mogelijkheid om alsnog te erkennen dat Jezus de WEG is. 

Slot 

Er komt een man een winkel binnen
Achter de toonbank staat een engel
De man vraagt wat verkopen jullie hier zoal
De engel antwoordt hem,
meneer we verkopen hier alles
O dat is bijzonder zei de man

Wat zou u willen kopen vroeg de engel:

Wel ik zou graag vrede op aarde hebben
Dat de mensen wat minder snel boos op elkaar worden
Dat ziekte en ongelukken er niet meer zijn
Dat liefde en tevredenheid overvloedig zou zijn.

De engel onderbrak hem en zei:
Meneer ik denk dat u zich vergist
wij verkopen hier geen vruchten maar
enkel zaden