Jozef verkocht aan Potifar

Preekschets voor V.E.G. “OPSTAP”
d.d.
30 januari 2020

Thema: Jozef
Lezing:
Genesis 39:1-2

1 Jozef nu werd naar Egypte gebracht; en Potifar, een hoveling van Farao, de overste der lijfwacht, een Egyptenaar, kocht hem van de Ismaëlieten die hem daarheen gebracht hadden.

2 En de Here was met Jozef, zodat hij een voorspoedig man werd, en hij woonde in het huis van zijn heer, de Egyptenaar.

Inleiding:
Vandaag wil ik samen met U eens stilstaan bij een paar gebeurtenissen in het leven van Jozef de oudste zoon van Jacob en Rachel. Jacob had 2 vrouwen weet U nog? De 1e vrouw waarmee hij (moest) trouwen was Lea.

Deze vrouw gaf hem 6 zonen voordat Jozef werd geboren. Dat duurde zo lang omdat Rachel lange tijd onvruchtbaar was. Jacob was het eerst verliefd op Rachel maar hij werd door zijn oom Laban bedrogen zodat hij eerst moest trouwen met de oudere zus van Rachel. Deze Lea zou iets minder knap van uiterlijk zijn  dan Lea. Na 21 jaar werken bij zijn oom Laban kon Jacob eindelijk naar zijn eigen land terugkeren. Hij had toen de overtuiging dat Jozef zijn opvolger moest worden. Dit tot ergernis van de zonen van Lea. Trouwens later blijkt dat de oudste van Lea en de oudste van Rachel allebeide niet door de Heer gekozen worden als de erfgenamen van de belofte van Abraham. Die eer is zo blijkt later uit de TeNaCH voor een zoon van Lea namelijk Juda.

Toch wordt Jozef in het boek Genesis als redder neergezet. Zo zie je dat in de Thora elk verhaal in een groter verband staat maar dat de verhalen ook op zich zelf staan. De naam Jozef is in het Hebreeuws Joshua en dat is dezelfde naam als de Hebreeuwse naam voor Jezus.   

Kern 1:
De kinderen van Lea, Zilpa en Bilha de 10 halfbroers van Jozef krijgen een hekel aan hem. Jozef wordt immers door zijn vader Jacob verwend. Hij hoeft de schapen te hoeden maar hij moet leren lezen en schrijven en krijgt mooie kleren. Daarom willen ze van hem af. Ze gooien hem in de put en willen hem daar in laten omkomen. Het is echter Juda die Jozef redt van een verschrikkelijke dood. Hij haalt zijn broers over om Jozef te verkopen aan de Ismaëlieten. (Dit zijn de nakomelingen van Ismaël de 1e zoon van Abraham die hij verwekte bij de slavin van zijn vrouw Sara. Abraham had Hagar en haar zoon weggestuurd omdat Ismaël een gevaar was voor de 1e zoon van Sara t.w. Izaäk.)  De Talmoed legt uit dat Ismaël zijn broer bespotte door te beweren dat hij niet een zoon van Abraham was maar van de Filistijnse koning Abimelech. Deze had Sara in zijn hofhouding gehad. De Thora verhaalt dat deze koning geen kans had om intiem te worden met Sara. Ismaël en zijn  moeder trokken dit in twijfel zodat Ismaël toch de opvolger van Abraham zou worden.

Deze nakomelingen van Ismaël, de Ismaëlieten genoemd, hadden ook een zegen meegekregen van God. Er staat ondermeer in dat zij zich als wilde ezels gedragen. In dit verhaal blijkt dat ook. Zij hielden zich bezig met slavenhandel en andere wetteloze zaken.

Als je goed leest dan ontdek je dat het niet Jozef zijn broers zijn die Jozef verkopen maar het zijn Midianieten die Jozef uit de put halen en hem verkopen aan de Ismaëlieten. In vers 1 lezen we dat de Ismaëlieten op hun beurt Jozef verkochten voor zilverstukken en wel aan Potifar het hoofd van de lijfwacht van de Farao. De broers van Jozef hebben dus niets verdient aan Jozef. Ruben was bang dat Jozef was verscheurd door een wild dier. Blijkbaar hadden ze wel de kleurige mantel van Jozef bewaard en die besmeurden ze met bloed om hun wandaad te verhullen. In de kinderbijbel staat dit meestal anders daar worden de broers vaak afgeschilderd als degenen die Jozef verkochten.

 Kern 2:
Jozef wordt een voorspoedig man omdat de Heer met hem was. De opvoeding en de afstraffing van zijn broers maken dat de eigenwijze Jozef leert om niet op zijn afkomst te vertrouwen maar op de Heer. Hij kan lezen en schrijven en blijkbaar ook in het Egyptische hiërogliefenschrift. Hij wordt zo gewaardeerd dat Potifar hem aanstelt als het hoofd van zijn hele huishouding. U weet waarschijnlijk wel dat de beproevingen van Jozef hiermee niet zijn afgelopen. Maar daar wil ik vanmorgen niet bij stil staan.  

De gelezen 2 teksten laten goed zien dat jouw eigen verwachtingen van de toekomst soms geheel anders kunnen uitpakken als je verwacht. Ik heb die ervaring tenminste wel en ik denk dat niet de enige ben. Maar als we de Heer betrekken bij al onze keuzes ook als we oud zijn geworden dan mogen we er op vertrouwen dat hij ons door de moeite en de eenzaamheid heen leidt en op grond van het volbrachte werk van Jezus de zoon van God mogen we weten dat we deel hebben aan Zijn overwinning op de dood. Dit mag je in geloof aannemen als een feit zodat je jouw ziel tegenover de aanklager, de boze kunt staande houden. 
Dit geldt voor ieder mens zelfs al ben je nooit zo bezig geweest met het betrekken van God in jouw leven. Het kan altijd nog jazeker vandaag is de dag waarop je daar mee kunt beginnen (of voortgaan). Denk maar aan de werkers in de wijngaard. De laatsten kregen net zoveel loon als de eersten!


P.L. de Groes

Oudste van de VEG Gemeente te Koudum