Mozes gaf de wet en Jezus de genade

Preekschets voor V.E.G. “OPSTAP”
d.d.  23 augustus 2020
Thema: God is goed
Lezing: Exodus 33:17-23 en Exodus 34:4-7

Inleiding
Vanmorgen wil ik jullie meenemen naar Moses die na de teleurstellende gebeurtenissen rond het gouden kalf voor de 6e keer door God wordt geroepen om de berg op te klimmen. Via Mozes wil God bekend maken wie Hij is. Ook de Here Jezus riep zijn leerlingen vaak tot zich om met hen te spreken over de dingen van het koninkrijk van God. We lezen dat bv. in 

Lucas 6:12 En het geschiedde in die dagen, dat Hij naar het gebergte ging om te bidden en Hij bracht de nacht door in het gebed tot God. 13 En toen het dag geworden was, riep Hij zijn discipelen tot Zich en koos er twaalf uit, die Hij ook apostelen noemde:

Kern 1
Mozes  heeft volgens Exodus 33 een tent (loofhut = beeld van intimiteit) opgezet voor God. Deze tent stond op een plaats ver van de tenten van Israël. Hij spreekt in de Geest met God. Want in dit hoofdstuk 33 vers 11 staat dat God met Mozes van aangezicht tot aangezicht sprak. God sprak met Mozes als met een vriend!  Het gesprek vindt plaats als gebed. 
Mozes had geleerd om zijn eigen gedachten te onderscheiden van de gedachten van God. 
We lezen in vers

17 En de Here zeide tot Mozes: Ook deze zaak, waarover gij gesproken hebt, zal Ik doen, omdat gij genade in mijn ogen gevonden hebt en Ik u bij name ken.

Mozes heeft God gevraagd om met het volk, ondanks haar ongehoorzaamheid, op te trekken en in dit vers lezen we dat God belooft om dat te doen. Zijn aangezicht zal met het volk meegaan.

18 Maar hij zeide: Doe mij toch uw heerlijkheid zien.

Dan is het gesprek eigenlijk klaar want Mozes heeft zijn antwoord gekregen. Maar daarvoor in de plaats blijft Mozes en vraagt aan God of hij de Heerlijkheid van God mag zien. Hier blijkt dat de mens Mozes grote vrijmoedigheid had om God aan te spreken. Mozes had geleerd dat God zo’n vrijmoedigheid erg op prijs stelde. God begeert onze innerlijke mens met jaloersheid. M.a.w. Door zo om te gaan met God wordt iets van de eeuwigheid openbaar. De eeuwigheid komt niet na deze tijd! Nee de eeuwigheid komt in de tijd. Daar waar God en mensen samenkomen. Daarom zei Jezus ook: "wie in Mij geloofd heeft eeuwig leven." Door Jezus kan de Vader weer omgang met ons hebben zoals Mozes dat had in de loofhut (tent)

 19 Hij nu zeide: Ik zal (al) mijn luister (Er staat כָּל־טוּבִי֙  = al mijn goedheid= SV) aan u doen voorbijgaan en de naam des Heren voor u uitroepen: Ik zal genadig zijn, wie Ik genadig ben, en Mij ontfermen, over wie Ik Mij ontferm.

Hier lezen we het antwoord dat God aan Mozes geeft. God zal al zijn goedheid aan Mozes voorbij doen gaan. En Hij zal Zijn naam uitroepen. Het is een naam die wat klinkt als “IK BEN, DIE IK BEN” maar hier staat: Ik zal genadig zijn, wie Ik genadig ben, en Mij ontfermen, over wie Ik Mij ontferm. Hier horen we dat God goed is, Hij is vergevend, genadig en Hij is medelijdend en zorgzaam (ontfermen) Hier staat dus niet dat God een straffende, angst aanjagende God is. In dit vers zitten ook prachtige diepere betekenissen. Er staan b.v. zelfst. naamwoorden in, waarvan 3 beginnen met een wav וַ en 3 beginnen met een Alef. אָ

SV

Hij nu zeide: Ik zal mijn luister aan u doen voorbijgaan en de naam des Heren voor u uitroepen: Ik zal genadig zijn, wie Ik genadig ben, en Mij ontfermen, over wie Ik Mij ontferm.

WLC

וַיֹּ֗אמֶר אֲנִ֨י אַעֲבִ֤יר כָּל־טוּבִי֙ עַל־פָּנֶ֔יךָ וְקָרָ֧אתִֽי בְשֵׁ֛ם יְהוָ֖ה לְפָנֶ֑יךָ וְחַנֹּתִי֙ אֶת־אֲשֶׁ֣ר אָחֹ֔ן וְרִחַמְתִּ֖י אֶת־אֲשֶׁ֥ר אֲרַחֵֽם׃

Wav = 6e letter (וְ)= de mens geschapen op de 6e dag. = verwijzing naar de mens. Vooral naar de mens Jezus die de ware Wav is. De Wav is getekend als een haak en de Wav betekend “en”  het is een voegwoord dat verbindt. Jezus is bij uitstek degenen die ons verbindt met God.
Maar ook wij zijn geroepen om mensen te verbinden met God.

Alef (אֲ) is de eerste letter en verwijst naar God. Hij die zichzelf noemt “IK BEN”. God was er voor de hemelen en de aarde en het heelal. God begon te denken en riep tot aanschijn. Zo ook riep Hij ons tot aanzijn. (Uw ogen zagen mijn vormeloos begin.) Dus we zijn niet voortgekomen uit de oerknal maar uit het denken van God.

20 Hij zeide: Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven.

Hier wordt duidelijk dat God zo heilig en volmaakt is dat Hij niet nabij een zondig en aan de tijd gebonden mens kan staan. Zijn heiligheid zou werken als een verterend vuur. Hieruit mag je op maken dat God dus niet actief straft. Hij kan dat ook niet want Hij is enkel goed. Als de mens ziekte dood of verdrukking overkomt dan is dit niet een situatie die God gewild heeft. De ellende die we straf noemen is het gevolg van de zonde. Daarom zegt God ook steeds dat Hij genadig, vergevend is.

21 De Here zeide: Zie, bij Mij is een plaats, waar gij op de rots kunt staan;

Dit is een wel zeer bijzondere tekst want zij verwijst naar Christus Jezus. Hij is de rots waarop wij geestelijk mogen staan. We moeten wel beseffen dat dit allemaal in de toekomende tijd geschreven staat. Het moet nog gebeuren! We lezen straks in 34 vers 4-7 hoe het werkelijk gebeurd.

22 Wanneer mijn heerlijkheid voorbijgaat, zal Ik u in de rotsholte zetten en u met mijn hand bedekken, totdat Ik ben voorbijgegaan.

Heel duidelijk wordt beschreven hoe wij in het binnenste van de rots worden geplaatst (dicht bij het hart van Jezus) Bovendien zal Gods hand ons bedekken teneinde ons te beschermen tegen het eeuwige Licht van God. Die hand van God is het beeld van Gods handelen met Jezus.

23 Dan zal Ik mijn hand wegnemen en gij zult Mij van achteren zien, maar mijn aangezicht zal niet gezien worden.

Door onze wedergeboorte en de doop en vervulling met de Geest van God komen we in een positie waarin wij bestemd worden om God te ontmoeten van aangezicht tot aangezicht. In die zin is de kleinste van het Koninkrijk van Jezus, het nieuwe verbond, groter dan de grootste van het Oude Verbond der wet. Vervolgens lezen we in hoofdstuk 34 o.a. dat Mozes doet wat hij van God gehoord had.

Kern 2

 4 Toen hieuw Mozes twee stenen tafelen gelijk de eerste; hij beklom vroeg in de morgen de berg Sinaï, zoals de Here hem geboden had, en nam de twee stenen tafelen in zijn hand.

Ik heb wel gedacht dat Mozes de 2e set stenen platen zelf inkerven moest. Dit kwam omdat dit in de film “The ten Commandments” zo verfilmd is. Maar in het eerste vers van dit hoofdstuk staat dat God zelf zou schrijven op de platen.  Mozes moest alleen de platen uithouwen. Daaruit wordt duidelijk dat de 2e set platen net zo heilig waren als de eerste set. God is dus nog net zo betrokken bij het volk als voor de zonde met het gouden kalf. Daarmee laat God zijn genade en liefde duidelijk zien. Die liefde en genade zijn volkomen en niet ten dele.

5 En de Here daalde neder in een wolk, stelde Zich daar bij hem en riep de naam des Heren uit.

Heel bijzonder is het dat God zelf Zijn naam uitroept! (Dit is niet toevallig want de Hebreeuwse naam voor Exodus is שמות, sjemot, = "namen").

6 De Here ging aan hem voorbij en riep: Here, Here, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw,

Wederom lezen we dat de naam van God goedheid uitdrukt. Goedheid, barmhartigheid, trouw en genade en vergeving. Ook in het volgende vers gaat de opsomming van de karakter eigenschappen van God door.

7a Die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft;

Wat geweldig om God zelf deze woorden te horen uitspreken. In het 2e deel van dit vers hebben velen gelezen dat God rechtvaardig is en dus ook een straffende God.

7b maar [de] [schuldige] houdt Hij zeker niet onschuldig, de ongerechtigheid der vaderen bezoekende aan kinderen en kindskinderen, aan het derde en vierde geslacht.

Zoals ik al aangaf moest God Mozes beschermen met Zijn hand omdat de aanblik van de heerlijk van God niet doorstaan kan worden door een zondig mens. Het is niet de heerlijkheid van God die de mens doodt nee het is de zondigheid van de mens die voert naar de dood. (Het loon van de zonde is de dood!) Wat moeten we dan met het woordje “bezoeken”. Klaas Goverts en vele andere kenners van het Hebreeuws hebben deze tekst nauwkeurig onderzocht en men heeft het werkwoord bezoeken bekeken. Er staat in het Hebreeuws pokeet פֹּקֵ֣ד (participium= deelwoord= zoekende) dit betekend iets anders dan straffen!

1.  Je kunt daarom beter spreken van confronteren of opzoeken.
2.  in de negatieve zin opgevat wordt het dus "straffen" (Ex. 20:5); 
3.  in de positieve zin van "aandacht geven" ! (Ex. 13:19)
Dat woord “bezoeken” mag je dus vertalen met zoeken ( פֹּקֵ֣ד= pokeet).

Slot
God laat de mens dus niet zitten in zijn zonden! Nee hij zoekt in ieder mens de gevolgen van de zonden op, zelfs van de zonden van de vader en grootvader en overgrootvader. De zonden van deze voorouders hebben vaak nog steeds effect op het nageslacht. En Hier lezen we dat God die zonden wil openbaar maken om er mee af te rekenen. Het is dus niet de mens straffen maar de zonde aanpakken. Dit wordt ook bevestigd in het volgende vers.

Deut. 24:16 De vaders zullen niet om hun kinderen ter dood gebracht worden; ook zullen de kinderen niet om hun vaders ter dood gebracht worden; ieder zal om zijn eigen zonde ter dood gebracht worden. (in het oude verbond)

God gaat net zolang door met het opsporen van de zonde tot Hij de onderste steen boven heeft, zodat het rechtgezet zal worden. God zelf maakte dit dus bekend in dit Ex. 33 vers 19! en Ex. 34 6 en7b  en op vele andere plaatsen. Genade en waarheid (cheset en emet) deze woorden komen terug in het Joh. evangelie in:

Joh 1 vers 17 want de wet is door Mozes gegeven, en de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen. NBG 51 (ook in statenvert.)
Joh. 1: 17 De wet is door Mozes gegeven,( maar )goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. (NBV)

De Thora is door Mozes gegeven (in de grondtekst staat “en”! en niet “maar” zoals in vele vertalingen staat) de genade en waarheid is door Jezus Christus geworden.
Het vult elkaar dus aan!!!!

Amen.