De Kaänanietische vrouw

21 En Jezus ging vandaar en trok Zich terug naar de omgeving van Tyrus en Sidon. 22 En zie, een Kananese vrouw uit dat gebied kwam en riep: Heb medelijden met mij, Here, Zoon van David, mijn dochter is deerlijk bezeten.
24 Hij echter antwoordde en zeide: Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls. 25 Maar zij kwam en viel voor Hem neer en zeide: Here, help mij!
26 Hij echter antwoordde en zeide: Het is niet goed het brood der kinderen te nemen en het de honden voor te werpen.

“Heb je het stukje in de Oase gelezen” vroeg een collega lerares Engels aan mij. Ik kon dat beamen want ik had die dag het gedeelte uit Matth. 15 ook gelezen. Ze zei: "Dat dit niet kon want het leek teveel op de mening van Wilders. Ik wees haar nog even op vers 28 van dit gedeelte. Hier staat dat Jezus de zieke dochter van de vrouw wel geneest. Maar mijn collega bleef bij haar standpunt.

We lezen in Matth. 15 dat Jezus naar het land van de nakomelingen van Kanaän de kleinzoon van Noah gaat! Dit land wordt aangeduid met de namen Tyrus en Sidon. Het is het kustgebied van het huidige Israël aan de Middellandse zee.

De meest mensen kennen het Zondvloed verhaal uit de Bijbel wel (Gen 6-9).
Daarom doet Matth.15 mij denken aan Noah en zijn zoon Cham. Kent u het verhaal?
Cham de jongste zoon(!) van Noah betoonde geen respect voor zijn vader toen die naakt en dronken in zijn tent was. Van de rabbijnen kun je leren de diepere betekenissen van een Bijbelsverhaal te ontdekken. Je moet daarom goed lezen wat er staat. Jezus zei immers dat geen “jota” van de geschriften van Mozes verandert mag worden.

Er staat in Gen. 9: 22 Toen zag Cham, de vader van Kanaän, zijns vaders naaktheid en hij vertelde het aan zijn beide broeders buiten. En verder in vers 24: "Toen Noah uit zijn roes ontwaakte en vernam, wat zijn jongste? zoon hem aangedaan had, 25 Zeide hij: Vervloekt zij Kanaän, een knecht der knechten zij hij voor zijn broeders."     

Noah deed zijn kleren uit! Waarom? Wel kleren hebben in de Bijbel meestal een geestelijke betekenis. Ze staat voor de rol en de taak die je vervullen moet. Na de zondvloed weet Noah niet meer wat het doel van zijn leven is. Mogelijk kleed hij zich daarom uit. Hij vraagt zich af: “WAT NU?” Als Noah weer bij zinnen is en je moet aannemen dat daar een lange tijd voor nodig is geweest. Komt Noah tot het inzicht dat Hij God moet dienen zoals zijn voorvaders. (Lamech, Methusalem, Henoch enz.) Als hij weer weet wat zijn taak is dan bemerkt hij dat zijn jongste zoon Cham zijn kinderen verkeert opvoedt. Blijkbaar wordt de minachting die Cham voor zijn vader had, doorgegeven aan zijn kinderen. Cham hielt zich waarschijnlijk niet aan de 7 Noachitische wetten die zouden gelden voor de hele mensheid. (Zoek ze maar eens op.)

Cham komt niet tot inkeer en er ontstaat een geloof in meerdere goden bij het gezin van Cham. Cham zou beter moeten weten, want hij maakte de vloed mee. Maar hij geeft het geloof in de Ene God niet door. Daarom voelt Noah zich genoodzaakt zijn kleinzoon "Kanaän", de zoon Cham, te vervloeken. Kanaän en zijn nakomelingen krijgen een ondergeschikte rol t.o.v. de nakomelingen van Sem en Jafeth die bij Sem verblijft.

In het O.T. geldt dat de bloedlijn belangrijk is. Jezus duidt daar ook op in dit Bijbelgedeelte. Matth. 15: 24 Maar Hij antwoordende zeide: Ik ben niet gezonden dan tot de verloren schapen van het huis Israëls. Jezus weet echter door de Geest van God dat de liefde van de Vader uit gaat naar alle volken. God geeft genade niet alleen aan Israël maar via Israël gaat de zegen naar heel de wereld. (Joh. 3:16)

Echter de tijd om tot de heidenen te gaan is hier volgens Jezus nog niet aangebroken. Het volk van Israël moet eerst ja zeggen tegen de weg die God wijst in Christus. (Net zoals de Joden bij de berg Sinaï ja moesten zeggen tegen het op zich nemen van de Thora en haar verplichtingen.) Doch het sterke geloof van deze vrouw, een nakomelinge van Cham en Kanaän, maakt Jezus duidelijk dat Zijn komst de verhoudingen tussen mensen geheel zal veranderen. Daarom geneest de Heer de dochter van de vrouw toch. Temeer omdat zij toonde zich bewust te zijn van haar ondergeschikte rol t.o.v. de nakomelingen van Israël. (De  nakomeling van Sem en Jafeth.)

Helaas zullen deze Israëlieten in de tijd van Jezus, als volk apart, de verkondiging van het evangelie, niet op zich nemen. Deze taak zal worden uitgevoerd door een volk dat bestaat uit allen die Jezus als verlosser erkennen. Dit volk bestaat zoals we weten uit Joden en niet-Joden. Doordat het verbondsvolk Jezus heeft voortgebracht is God toch getrouw gebleven aan zijn beloften aan de aartsvaders. De profeten schreven immers over dit gebeuren in Amos 9:11 (zie ook Hand.15) “De vervallen hut van David wordt weer opgericht” en door Jesaja in 11:1 “Het tronkje van Isaï”

Om terug te komen op mijn gesprek met mijn collegadocent Engels, er is hier dus geen sprake van discriminatie tussen Joden en niet Joden. Jezus maakt duidelijk dat God tot op het laatst de taak van de verkondiging wilde geven aan het Joodse volk, daarom moeten de volken nog even wachten maar redding voor de hele mensheid is komende. Die redding is in de eerste plaats de genade van God die onze ongerechtigheden vergeeft en deze genade kan niet verkregen worden door werken der wet maar enkel door genade die tot ons komt door geloof.

P.d.G.