De geestelijke wereld

NBV Marcus 9:1                        

1 En Hij zei tegen hen: Voorwaar, Ik zeg u dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood niet zullen proeven voordat zij gezien zullen hebben dat het Koninkrijk van God met kracht gekomen is. (Zie ook Matth. 16:28; Luk. 9:27 en Joh. 3:3)

Deze teksten uit de synoptische evangeliën geven dezelfde woorden weer. Alleen in het Johannes evangelie vinden we een andere benadering. Omdat alle drie synoptische evangeliën deze uitspraak van Jezus weergeven is de echtheid ervan aannemelijk. Wat bedoelt Jezus te zeggen? Wel Hij maakt duidelijk dat het Koninkrijk van God is een hemelse zaak is, een geestelijke zaak. Als je hier een letterlijke uitleg aan wilt geven dan loop je helemaal vast.

De hemel is niet een plaats waar je naar toe kunt reizen in een raket.
De hemel is heel erg dichtbij. Daarom is het aannemelijk dat deze uitspraak verwijst naar de uitstorting van de heilige Geest op het pinksterfeest. Want dan wordt de inwoning van God in de mens een feit. En Jezus sprak immers uit: “Wie in Mij geloofd heeft eeuwig leven.” Een met de Geest vervult christen zal de geestelijke dood niet meemaken. Wel de lichamelijke dood! Denk maar aan de tekst van de apostel Paulus uit Fil. 1:21 Want het leven is voor mij Christus en het sterven is voor mij winst. Er staat letterlijk dat zij de dood niet zullen zien voordat! M.a.w. ze zullen de lichamelijke dood wel beleven maar het Koninkrijk van God is dan al aan hun geopenbaard. Jezus weet dat Zijn lichamelijke bestaan ten einde loopt. Zijn geestelijke leven is nooit opgehouden want na het verlaten van Zijn sterfelijk lichaam ontving Hij een verheerlijkt lichaam. Een lichaam dat kan functioneren in de onzichtbare wereld en gezien de getuigenissen uit de bijbel, werd Jezus ook in Zijn verheerlijkte staat gezien in de zichtbare wereld. Mensen die geloven en Hem navolgen en gedoopt worden met de Geest van God krijgen zicht op dit Koninkrijk.

Op het moment van deze uitspraak zijn de volgelingen van Jezus nog steeds geestelijk blind. Zij zagen het rijk van God nog niet. Ondanks dat Jezus bij hen was. Pas na de opstanding wordt het anders. Denk maar aan de Emmaüsgangers. Denk maar aan de apostel Petrus en denk ook aan de ongelovig Thomas. Pas toen deze volgelingen van Jezus vervult werden met de Geest van God, begon het hun te dagen! Toen vonden ze kracht en inzicht. Het Koninkrijk van God werd duidelijk door de doop met de heilige Geest die ze beleefden op het Pinksterfeest. Daarom waren ze later ook bereid te sterven voor de Waarheid die Jezus bracht. Denk maar aan Stephanus, hij zag de Heiland daarboven toen hij voor het sanhedrin stond en zijn ogen werden geopend (Hand.7,55-56) Maar hij, vol van de Heilige Geest, hield zijn ogen naar de hemel gericht en zag de heerlijkheid van God, en Jezus, staande aan de rechterhand van God. 56 En hij zei: Zie, ik zie de hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande aan de rechterhand van God. 

Het was de eerste christenen duidelijk geworden dat het aardse lichaam slechts een omkleding was van een eeuwige ziel en geest. De apostel Paulus schreef in
1 Cor 15:50-54
 50 Wat ik bedoel, broeders en zusters, is dit: wat uit vlees en bloed bestaat kan geen deel hebben aan het koninkrijk van God; het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid. 51 Ik zal u een geheim onthullen: wij zullen niet allemaal eerst sterven – toch zullen wij allemaal veranderd worden, 52 in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt. Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen ook wij veranderen. 53 Want het vergankelijke lichaam moet worden bekleed met het onvergankelijke, het sterfelijke lichaam met het onsterfelijke. 54 En wanneer dit vergankelijke lichaam is bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke met het onsterfelijke, zal wat geschreven staat in vervulling gaan: ‘De dood is opgeslokt en overwonnen. 55 Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?’ 56 De angel van de dood is de zonde, en de zonde ontleent haar macht aan de wet.

Geen mens hoeft 20 eeuwen te wachten op het doorbreken van het Koninkrijk van God. Want gemiddeld wordt de gelovige mens slechts 70-100 jaar oud. Op het moment dat de christen sterft, wordt hij of zij met het Leven van Christus omkleed, de mens ontvangt een eeuwig verheerlijkt lichaam. Om zijn woorden kracht bij te zetten laat hij drie apostelen met Hem mee gaan op te berg. Daar zullen ze getuige zijn van een gebeurtenis die hun later geheel duidelijk zal worden. God laat ze in hun sterfelijke staat een stukje van de hemel zien. Mozes en Elia waren immers mensen die direct met God verbonden waren tijdens hun aardse bestaan. Na hun gaan uit dit aardse bestaan zijn ze deel gaan uitmaken van de hemelse werkelijkheid, die ook door God is geschapen. (Gen.1:1 In den beginne schiep God de hemelen en de aarde!
De hemelen (Hasjamaïm) werden dus nog voor de aarde (ha-aretz) geschapen.)