Jezus gaat over het meer naar de boot met de discipelen

Marcus 6 : 49 Toen zij Hem over de zee zagen gaan, meenden zij, dat het een spook was en zij schreeuwden luid. 50 Want allen zagen zij Hem en werden verbijsterd. Maar terstond sprak Hij met hen en zeide tot hen: Houdt moed, Ik ben het, weest niet bevreesd!

Jezus laat Zijn grote liefde voor Zijn gemeente zien. Deze mensen waren hem gevolgd met achterlating van alles omdat ze in Hem de Messias zagen. Alleen het was hen nog niet duidelijk dat God de mensheid wil gebruiken om de wereld te bevrijden. (Gen. 3:15 Het zaad van de vrouw zal de satan de kop vermorzelen.) Daarom spreekt Hij vanaf het water troostvolle woorden. Of het op het water lopen echt gebeurd is dat is de vraag. De meeste exegeten leggen uit dat je dit soort verhalen moet vergeestelijken en naar mijn mening is dat zeker juist. Maar ik geloof dat het Nieuwe Testament een waarachtig getuigenis wil geven van Jezus. Daarom geloof ik dat gebeurtenissen als de opstanding van Lazarus en van het dochtertje van Jaïrus teruggaan op historische feiten. Maar ook de opstanding van Jezus uit de dood en Zijn verschijningen naderhand, zijn historische gebeurtenissen. De verhalen tonen aan dat we, door Jezus, zicht krijgen op het bestaan van God. Hij trekt ons door Zijn verschijningen vanuit het aardse tijdelijke denken omhoog naar een geestelijke wereld, of te wel een andere realiteit een andere waarheid, die echt bestaat.

In het Grieks geeft men het woord waarheid weer met het begrip “Alètheia”. In het Hebreeuws gebruikt men het woord “Emeth” en dan vaak als bijvoeglijke bepaling. ’isj ’emet, een man van waarheid. Dit begrip Emeth geeft aan dat een gebeurtenis (subject) waar is. Het woord kan op vele manieren worden vertaald; betrouwbaarheid; waarheid; innerlijke waarheid. Je kunt het ook aannemen omdat de persoon, die het schrijft oprecht en getrouw is. Het woord Aletheia betekent veel meer een feitelijk vast te stellen zaak. Het woord Emeth, vaak samen met Chesed (= genade, goedertierenheid, verbondstrouw), geeft een goddelijke bron aan.

In het eerder genoemde boek de Ster der Verlossing (1922) van de filosoof, theoloog en historicus F. Rosenzweig vond ik de volgende zin die misschien wel duidelijk weer geeft wat er gebeurt op de momenten van wonderen en tekenen. “Voor zover de verhalen de eeuwigheid verbinden met de menselijke tijd, tonen ze de waarheid, zonder haar te representeren. Hierdoor sluiten deze leerverhalen aan bij de diepste menselijke verlangens: “Zicht krijgen op de verlossing in deze wereld.” Van hem is ook de uitspraak: Het Eeuwige komt in de tijd. Net als in het Hebreeuws zo mooi: golah גולה is ballingschap, en vervolgens komt de ’aleph = א er midden in, en dan wordt het ge’ullah,  גאלה is verlossing.

Marcus is een joodse schrijver die deze symbolische verhalen in zijn evangelie inbrengt omdat hij duidelijk wil maken dat Jezus erin slaagde in Zijn doen en laten het gelaat van Zijn Vader te tonen. Volgens het Johannes evangelie 1 : 1-3 is Jezus het Woord, door wie God de wereld schiep, Hij heeft in waarheid de macht over materie. Marcus toont de eenheid tussen God en Jezus aan met de uitspraak die Jezus doet als Hij bij zijn discipelen in het schip stapt.  Deut. 5:6 “Ik ben het” Waarmee Hij verwijst naar de Godsnaam Jahweh. (Exodus 3)

PdG